Home
English
 
Nieuwsbrief EZNC
Gratis cursus Diervoeding
 
 
 
  U bevindt zich hier: 
Verzorging
> Penseelaapje
> Modderbad
> Vogels in de rui
> Huisvesting van de pijlgifkikker
> Gedrag van de pijlgifkikker
> De verzorging van de flappentak
> Van ei tot flappentak
> De flappentak (Extatosoma tiaratum)
> Slakken in het aquarium
> Gedragsverrijking bij eekhoorns
> Training
> Doel en ontwerp van omgevingsverrijking
> Risico's van omgevingsverrijking
> Gedragsonderzoek
> Gedragsonderzoek
> Stereotiep gedrag
> Omgevingsverrijking
> Stress
> Dierlijk gedrag
> Roodhalsganzen houden
> De fysiologie van kikkers
> Het discrimininatie vermogen van haaien
> De voortplanting van kroonkraanvogels
> Barbelen bezighouden
> Huisvesting van de Roodpoot-Renkikker
> Bennet wallabi
> Struisvogel eieren
> Een gezonde aquariumbodem
> Groepsintroductie bij apen
> Axolotls
> Zebravinken kweken
> Gedragsverrijking Chinchilla
> Winterslaap van schildpadden
> Huisvesting van goudvissen
> Een Beo als huisdier
> Het gedrag van de cavia
> Geslachtskenmerken van de wandelende tak
> Het miljoenenvisje
> De beste plaats voor kanaries
De verzorging van de flappentak
01  Augustus  2007 - Bron: pers med
Voor de huisvesting van de flappentak is het vooral belangrijk dat de bak minimaal drie keer zo hoog is als de lengte van het grootste dier. Deze ruimte is nodig voor de vervellingen. Ook kunnen dan langere voedseltakken met meer bladeren in de bak geplaatst worden waardoor er minder vaak gevoerd hoeft te worden. .
De bak mag van glas of plastic zijn en er moet uiteraard een deel open zijn dat met gaas of iets dergelijks afgedekt is voor de ventilatie. Overdag moet de temperatuur in de bak tussen de 22 en de 28 ˚C zijn. Dit kan bereikt worden met bijvoorbeeld een kleine gloeilamp in de bak. Wanneer de bak in een warme kamer staat hoeft er niet bijverwarmd te worden. ’s Nachts mag de lamp uit en mag de temperatuur zakken tot 17-22 ˚C. In de volle zon wordt het al snel te warm in de bak. Bij hoge temperaturen eten de dieren meer en verloopt de levenscyclus sneller (gaan ze dus ook eerder dood).
Flappentakken drinken graag en ook voor de vervelling is een hoge luchtvochtigheid belangrijk. Met een plantensproeier kan regelmatig gesproeid worden met (regen)water. De dieren drinken van de druppels die op de bladeren liggen. De bak moet niet kletsnat zijn, dit verhoogt de kans op schimmels en infecties.
Takken van de voedselplant moeten in water gezet worden om de bladeren vers te houden. De opening van een fles of vaas moet wel zo klein zijn dat de dieren er niet in kunnen vallen. De opening kan eventueel met aquariumfilterwatten afgedekt worden.

Flappentakken eten verse bladeren, net als andere wandelende takken. Sommige soorten eten maar één plant, anderen veel meer. Braamblad wordt door de meeste soorten takken gegeten. Ook in de winter is er nog groen braamblad te vinden. Bruine bladranden worden niet gegeten, deze moeten eerst worden weggeknipt. Voor nimfen kunnen de randen van het braamblad te grof zijn, deze moet dan ook eerst rondgeknipt worden.
Andere voederplanten kunnen zijn: framboos, eik, meidoorn, hazelaar, pyracantha, hazelaar.
Het is belangrijk dat voedselplanten niet geplukt worden in de buurt van drukke wegen, industriegebieden of landbouwgebieden (gif). Bladeren moet goed op verontreinigingen gecontroleerd worden (spinnetjes) en de onderste bladeren (in de vaas) moeten verwijderd worden
© EZNC, Zandlaan 48, 2181 HS Hillegom t: +31 23 584 6008