Het vogelbekdier heeft zeer kleine ogen en heeft geen oorschelpen. Het vogelbekdier heeft een dikke vacht met grove haren en zeer fijn onderhaar. Alleen de jonge dieren hebben tanden. De handen en voeten hebben ieder 5 klauwen en zwemvliezen. De zwemvliezen aan de hand steken ver buiten de klauwen uit.
De holen van het vogelbekdier zijn sterk vertakt. Een nesthol loopt van de diep liggende ingang, 1 tot 7 m schuin omhoog door de aarde en kan vaak 18 m lang zijn. De opening van het hol ligt 30 cm boven de waterspiegel.
Na bevruchting stoppen de wijfjes de openingen van de holen dicht met natte bladeren. Het vogelbekdier legt 1 tot 3 eieren. Na het werpen van de eieren rolt het wijfje zich om het ei heen of legt de eieren op haar buik (zeldzaam) en broedt ze uit. Het uitbroeden duurt 7 tot 10 dagen. De jongen kruipen uit het ei en zijn dan naakt en blind. Vier maanden later hebben de jongen een volmaakte pels en zijn 35 cm lang. De jongen gaan snel daarna met hun moeder mee naar open water. Vogelbekdieren zijn vooral
Informatie over het Vogelbekdier

Het vogelbekdier(Ornithorhynchus anatinus) leeft in de Australische en Tasmaanse wateren tot een hoogte van 1650 m. Hier zijn ze op zoek naar larven, krabben en slakken, vaak ook kleine vissen in rivieren en beken. Na de vangst brengen ze het voedsel in wangzakken aan land.
Het vogelbekdier heeft een snuit met brede, platte hoornsnavel. De neusgaten bevinden zich aan de punt van de snavel.
Het vogelbekdier heeft een snuit met brede, platte hoornsnavel. De neusgaten bevinden zich aan de punt van de snavel.