Alles wat u wilt weten over de voeding en verzorging van dieren

Informatie over het Cheeta

De Cheeta of Jachtluipaard heeft een lang en gespierd lichaam met een geel of licht-bruine vacht die bezaaid is met zwarte ronde vlekken. De Cheeta (Acinonyx jubatus) heeft korte oren en heeft een karakteristieke zwarte streep onder de ogen, die via de wangen in de mondhoek eindigt. Erg herkenbaar is de witte staartpunt die opvallend omhoog gehouden wordt. De jongen hebben korte nekmanen die bij de oudere dieren verdwenen zijn.
De Cheeta leeft voornamelijk in Zuid-Azië en Afrika. Van Baluchistan naar Iran en Turkije naar Noord-Oost Arabië. Ten Zuiden van de Sahara in Sudan, Oost Afrika, Senegal, Zimbabwe, Botswana en Transvaal komen nog steeds Cheetas voor. Het jachtluipaard is uitgestorven in Arabië vanaf 1950. De Cheetas leven op de savanne, op open grasvlakten en woestijngrond.
De Cheeta eet kleine tot middelgrote zoogdieren zoals gazellen, impalas en kudus. De Cheeta eet ook graag grote vogels zoals jonge struisvogels, parelhoenders, frankolijnen (patrijsachtige hoenders) en trappen (steppen levende kraanvogels).

Jachtluipaarden dragen 90-98 dagen hun jongen en kunnen 3 tot 5 jongen krijgen. De jongen worden blind geboren en openen de ogen tussen de 4 en 11 dagen. De jongen worden ongeveer 4 maanden gezoogd. De pups volgen de moeder na 6 weken al en blijven 2 jaar bij haar. De Cheeta is na 1 á 2 jaar seksueel volwassen.
De mannetjes zijn territoriaal, maar de vrouwtjes niet. De vrouwtjes zijn daarentegen solitair of in het samenzijn van de jongen.

De Cheeta is een bedreigde diersoort.