De Rode reuzenkangeroe heeft zijn naam te danken aan de afmetingen en de kleur van het mannetje. Hij kan 1.80 m hoog worden. Het vrouwtje blijft kleiner en heeft in plaats van een rode een grijs-blauwe vacht. Het mannetje weegt 85 kg en het vrouwtje 35 kg. Vrouwtjes hebben de helft van het gewicht van de mannetjes. Het dier heeft een korte vacht. Mannetjes hebben een typisch roestachtig of steen-rode kleur. De poten, oren en staart zijn soms grijs met uitloop naar de kop, de schouders en de basis van de staart. In Centraal Australië zijn beide seksen normaal gesproken rood.
Rode reuzenkangeroe zijn gespecialiseerde grazers. Ze hebben snijtanden in boven- en onderkaak, waardoor ze gras zeer kort kunnen afgrazen. Ze kunnen een lange tijd zonder water. Kangeroes eten s nachts en overdag liggen ze te luieren.
De voortplanting vindt het hele jaar door plaats, behalve bij gebrek aan voedsel en water. Ongeveer een maand na de paring maakt het vrouwtje de buidel schoon. Zo gauw het jong geboren is, kruipt het de buidel in en begint aan de tepel te drinken. Na 8 maanden verblijft het jong meestal buiten de buidel, maar wordt gezoogd tot een leeftijd van 14 maanden.
Informatie over de Rode Reuzenkangeroe

De Rode reuzenkangeroe (Macropus rufus) is het grootst levende buideldier, met de langste achterpoten. Deze kangeroe komt alleen in Australië voor.