De Lama (Lama spec.)
De lama (Lama spec.) is een middelgroot dier met grote ogen en lange wimpers aan het bovenlid. Hij heeft een zachte, dichte, wollige vacht met weinig dunne borstelharen. De vacht heeft donkere en lichte kleur.
Lamas leven gedeeltelijk op vlakke terreinen, maar vooral in het gebergte. De lama kan zowel in extreme koude als in warme gebieden leven, zolang het maar droog is. De lamas leven in het ontoegankelijke bergland van de Andes, waar ze op hoogten van meer dan 4000 m te vinden zijn.
Hun voornamelijkste voedselbron zijn grassen.
Lamas deponeren op vaste plaatsen hun mest en en zo ontstaan hopen. De paartijd van de Lama begint in april en eindigt in juni. Lamas hebben een draagtijd van 10 maanden. De paring vindt liggend plaats. De merrie werpt na ongeveer 11 maanden 1 veulen. Het jong wordt ongeveer 4 maanden gezoogd.
De zoolkussens van de tenen van de Lama zijn niet zo breed als bij kamelen, maar smal en beweeglijk, omdat zij zo makkelijker houvast hebben op de rotsachtige bergpaden en bijna onbegaanbare hellingen van losse stenen. De lamas leven in groepen van 20 dieren, die door een hengst bijeengehouden worden. Lamas worden gehouden voor hun wol en als slachtdier.
Lamas leven gedeeltelijk op vlakke terreinen, maar vooral in het gebergte. De lama kan zowel in extreme koude als in warme gebieden leven, zolang het maar droog is. De lamas leven in het ontoegankelijke bergland van de Andes, waar ze op hoogten van meer dan 4000 m te vinden zijn.
Hun voornamelijkste voedselbron zijn grassen.
Lamas deponeren op vaste plaatsen hun mest en en zo ontstaan hopen. De paartijd van de Lama begint in april en eindigt in juni. Lamas hebben een draagtijd van 10 maanden. De paring vindt liggend plaats. De merrie werpt na ongeveer 11 maanden 1 veulen. Het jong wordt ongeveer 4 maanden gezoogd.
De zoolkussens van de tenen van de Lama zijn niet zo breed als bij kamelen, maar smal en beweeglijk, omdat zij zo makkelijker houvast hebben op de rotsachtige bergpaden en bijna onbegaanbare hellingen van losse stenen. De lamas leven in groepen van 20 dieren, die door een hengst bijeengehouden worden. Lamas worden gehouden voor hun wol en als slachtdier.
